Vind jouw product hier









Project:

15/11 2014 - 15/02 2015

Tjeerd Veenhoven | Ontwerper van het Seizoen #2

Veenhoven studeerde af op 3D design aan de hogeschool voor de kunsten in Arnhem en ontwerpt, zoals ik aannam, sindsdien met een passie voor duurzaamheid, maatschappij en samenleving. “Passie klinkt een beetje afgezaagd!” Zegt Veenhoven. “Ik vind het belangrijk om mogelijkheden te benutten en te genieten van alle mooie dingen om ons heen. Het spreekt voor mij voor zich dat het daarom mens, dier en natuur minnend is. Liefdevol is wat mij betreft een beter woord”. Hoe dan ook, of het ontwerpen nu met passie of liefdevol aangepakt wordt, hij is een druk man.

10631214_10202894243741133_2283819527854594906_o_512
Tientallen proefjes met natuurlijke pigmenten 

Hoe ziet een standaard dag eruit voor jou? “Veel regelen en constant rondrennen. Ik werk vaak aan tien dingen tegelijkertijd en wil ze ook allemaal snel en goed doen. Geld verdienen is een constante strijd en een groot deel van de dag wordt hier aan besteed”. Maar hij hoeft het gelukkig niet allemaal zelf te doen want Veenhoven heeft een team van stagiaires die hem helpen. “Jong vind ik erg belangrijk. Ik werk nooit samen met gevestigde ontwerpers. Mensen die studeren hebben een open brein en willen graag nieuwe dingen leren.” 

Maar deel je dan alle ideeën meteen met deze ontwerpers in opleiding? “Ik experimenteer 24-7. Maar dat hou ik privé, vooral omdat ik het een erg bijzonder en intiem proces vind. Wel draag ik graag onderzoek over aan mijn stagiaires. Die voeren dit verder uit nadat ze duidelijke instructies hebben gekregen hoe dit moet gebeuren. De methodiek van onderzoek is erg belangrijk voor me. Extreem divergeren, dan focussen en dan daarop meteen weer divergeren. Ik hou nauwlettend in de gaten of ze alle mogelijkheden benutten. Vooral niet te snel conclusies willen trekken en genieten van alle uitkomsten die in het onderzoek op je pad komen.”

“Ik vind het zo inspirerend dat deze zetmeel komt uit het water dat geperst wordt uit de natte aardappelschil!”

Eén van zijn onderzoeken heeft geleid tot de meest recente uitvinding ‘Biolaminates’ van HuisVeendam. Laminaat gemaakt van zetmeellijm (uit aardappels) die gemengd met diverse reststromen als  rietstengels, uienschil en zelf herfstbladeren een prachtig laminaat worden. 

Ik vroeg me af wat ontdek je eerder de zetmeellijm of de reststromen? “Zetmeel heeft mooie eigenschappen, heel specifiek voor de grondstof. Het bindt erg gemakkelijk met andere organische materialen. Ondanks dat, dat heel logisch klinkt passen we die kwaliteiten nauwelijks meer toe. Ik wilde zetmeel zo eenvoudig mogelijk toepassen, zonder fratsen. Ik vind het zo inspirerend dat deze zetmeel komt uit het water dat geperst wordt uit de natte aardappelschil!”

10904546_10203593833710445_475876378191376428_o_512

Eerst de zetmeellijm dus? “Niet echt, het is altijd alles tegelijkertijd. Een specialist zal het in gedeelde stappen doen. Creatieve mensen doen altijd alles gelijktijdig, van achter naar voor, kriskras en zonder begin en eind. En dat brengt nou juist die mooie inzichten.” Momenteel worden de laminaten toegepast als wand- en meubelpanelen. De zetmeellijm is nóg niet geschikt om, geheel biologisch, in vloerpanelen te verwerken. Maar HuisVeendam experimenteert door; “Het is een kwestie van tijd. We zoeken naar oplossingen voor bestendigheid en slijtvastheid in de zetmeel zelf. Door fysische en chemische processen komen andere eigenschappen naar voren die onze toepassing verbeteren. Spoedig kan het op de vloer, en vast en zeker geheel biologisch of anders een heel stuk. Je bent er nooit in een keer en alles heeft tijd nodig. Het is spijtig dat consumenten willen dat er een pasklare  en direct inzetbare, duurzame, oplossing moet zijn. Heel begrijpelijk en bewonderenswaardig maar geheel niet realistisch. De echte processen zijn stapsgewijs, pragmatisch en oplossingen worden pas toegepast als er een commerciële vraag naar is. Het is wel zo dat de consument het bedrijfsleven er toe kan bewegen deze oplossingen versneld toe te passen, en dat is ook gaande. Maar vertrouw dan als consument niet op de gevestigde orde maar zoek naar de kleine start ups. Geef iets meer uit aan de koplopers en begrijp dat je als koploper geen 100% garantie kan geven.”

Een mooi voorbeeld waarin Tjeerd Veenhoven koploper is, is ‘The Palm Leather Project’. Opnieuw prachtige ontwerpen gemaakt van een afvalstroom maar in dit geval is het materiaal niet afkomstig uit Nederland.

Palmbladeren uit India hebben we het over. Deze bladeren vallen daar vanzelf van de boom en zijn erg moeilijk om als afval te verwerken. Veenhoven heeft een manier ontwikkelt die het palmblad zacht en bewerkelijk maakt zodat er slippers, tassen en boekkaften van gemaakt kunnen worden.

img_2737_512_01

Het ontwerp voor de slippers van Palmleer is in de prijzen gevallen. De jury, van de Green Design Competition 2012, zag in de Palmetti’s alle aspecten terugkomen waarop het ontwerp beoordeeld zou worden; lokale productie, een sterk businessplan met potentie, een goed ontwerp, innovatie, duurzaamheid en economische bevordering. Hoe gaat de ontwikkeling van Palmetti’s in zijn werk.

“Als productontwerper zoek ik naar functie, toepassing en esthetiek. Op dit moment is het gewoon machtig interessant in de organische en ecologische hoek maar een ontwerpopdracht met smerige, chemisch materiaal ga ik niet afslaan!”

Een heel ontwikkel- en vervoer traject lijkt me? “Ja dat is een heel gedoe. De producten gaan vanaf het platteland in India in dozen naar Bangalore. Daar worden ze uitgepakt en gecontroleerd op kwaliteit. Dan worden ze vervolgens in een soort tent gezet waar ze drie dagen een CO2 behandeling krijgen, dan gaan alle insecten dood en mag het naar Europa. Dit is een stuk mens en milieu vriendelijker dan gifgas wat normaal gebruikt wordt. Dan gaan ze opnieuw in een papieren hoesje en in een stevige kartonnen doos. 20 dozen in een APE, een klein vrachtwagentje, en dan naar de haven waar ze in een zeecontainer worden gestopt, vaak meerdere vrachten. Container dicht en op het schip. 3 weken varen naar Rotterdam. Waar de producten ingeklaard worden om vervolgens naar Winschoten te gaan waar ze uitgepakt worden door de sociale werkplaats aldaar. Nogmaals gecontroleerd en verpakt in een nette verpakking die wij mooi vinden.” 

Wat wordt er, als het aan jou ligt, in 2024 gemaakt van Palmleer? “Ik zie een grote toekomst voor palmfineer, dunne laagjes die we overal op kunnen plakken of naaien. Decoratief maar ook dragend.” 

Het lijkt erop dat het materiaal (ecologisch en duurzaam) waar je mee werkt in veel gevallen belangrijker is dan het ontwerp zelf. Klopt dit?  “We kunnen nog veel van de natuur leren maar ik kijk absoluut niet alleen vanuit een ecologisch oogpunt, alle materialen zijn interessant en zo ook alle productie processen. Een ontwerpopdracht met het meest verontreinigende chemische smerige materiaal zal ik zeker niet afslaan!”

Wauw, dat is even schrikken en dat spreekt je visie op ontwerpen ook een beetje tegen. “Bij mijn ontwerpen is het nog steeds het product waar het om gaat. Het kost namelijk ontzettend veel tijd om nieuwe materialen te ontwikkelen voordat je er echt mee kan ontwerpen. Ik ben ‘gewoon’ product ontwerper en zoek altijd naar functie, toepassing en esthetiek. Op dit moment is het gewoon machtig interessant in de organische en ecologische hoek”.

 

Veenhoven draagt op zondag 15 februari het stokje over aan een, door hem gekozen, derde Ontwerper van het Seizoen. Tijdens Stand van Stad in Groningen maakt hij bekend welke ontwerper volgens hem het nieuwe seizoensschap verdient. Momenteel is Tjeerd zijn werk te zien tijdens Object Rotterdam.

 

 

 



<< overview

Share |